Deze website gebruikt cookies om uw surfervaringen gemakkelijker te maken.

Toelichting bij salarisbrief

op .

Toelichting bij de salarisbrief

  • referentie
    PERS/2017/08 (1F3C8G)
  • publicatiedatum
    26/09/2017
  • datum laatste wijziging
    26/09/2017
  • contact

1. Inleiding

 

De afgelopen jaren is het salarissysteem voor het onderwijspersoneel grondig vernieuwd. Daardoor kan het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) vanaf 29 september 2017 online een nieuwe salarisbrief aanbieden. Alle personeelsleden kunnen vanaf dan hun salarisgegevens via de website Mijn Onderwijs voor onderwijspersoneel bekijken. U kunt permanent uw salarisgegevens via webschermen nakijken. U heeft daarnaast de mogelijkheid om een gedetailleerde pdf-versie van uw salarisbrief te downloaden, op te slaan en eventueel zelf af te drukken.

AGODI verstuurt vanaf september 2017 geen papieren salarisbrieven meer, tenzij u daar expliciet om vraagt. Tot en met oktober 2017 publiceert AGODI de salarisbrieven wel nog op Zoomit. Daarna verloopt alle communicatie via de website. Binnenkort vindt u op de nieuwe website uw salarisbrieven terug vanaf mei 2009.

AGODI draagt zo nog meer bij tot een papierarme omgeving. In 2016 stuurde AGODI immers nog 526.323 papieren salarisbrieven op. AGODI zet ook verder in op digitalisering. De nieuwe website maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat communicatie veel eenvoudiger verloopt. Aanmelden kan via de website Mijn Onderwijs voor onderwijspersoneel en gebeurt aan de hand van de elektronische identiteitskaart, een federaal token of een digitale code. De website is raadpleegbaar via pc, tablet of smartphone.

Deze omzendbrief wil een meer uitgebreide toelichting geven bij de rubrieken, termen, afkortingen en codes die voorkomen op de salarisbrief.

De begrippen loonbrief, loonstrook, loonfiche, loonafrekening, individueel betalingsuittreksel, wedde-uittreksel enz. zijn allemaal synoniemen van het woord salarisbrief.

Het begrip ‘salaris’ omvat niet enkel het maandsalaris, maar ook het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, de uitgestelde bezoldiging en eventuele andere vergoedingen.

 

 

2. Salarisbrief: samenvattingsscherm

 

AGODI heeft een aantal persoonlijke gegevens van u nodig om uw salaris correct te kunnen berekenen en op uw rekening te storten, zoals uw adres, salarisprofiel en rekeningnummer. U vindt hieronder meer uitleg.

Contacteer zo snel mogelijk uw schoolsecretariaat als deze gegevens niet correct of niet meer actueel zijn. Uw schoolsecretariaat bezorgt dan de correcte gegevens aan AGODI of AHOVOKS.

 

 

2.1. Stamboeknummer

 

Als u voor het eerst in dienst komt in het onderwijs, krijgt u een stamboeknummer. Dat nummer bestaat uit elf karakters:

  • het eerste karakter duidt het geslacht aan: 1 (mannelijk) of 2 (vrouwelijk);
  • de volgende zes karakters zijn voorbehouden voor de geboortedatum: jaar, maand, dag;
  • de volgende twee karakters vormen het volgnummer in de reeks personen die op dezelfde dag geboren zijn;
  • de laatste twee karakters vormen een controlegetal.

Uw stamboeknummer blijft gedurende heel uw onderwijsloopbaan geldig, zelfs na een lange onderbreking.

 

2.2. Rijksregisternummer

 

Voor elke persoon die opgenomen is in het Rijksregister van de natuurlijke personen, maakt AGODI een elektronisch identificatiedossier aan dat verbonden is met een uniek identificatiemiddel, namelijk het identificatienummer van het Rijksregister (soms ook wel aangeduid als ‘nationaal nummer’ of als ‘rijksregisternummer’).

 

Het rijksregisternummer bevat elf cijfers:

  • een eerste groep van zes cijfers gevormd door de geboortedatum in de volgorde: jaar, maand, dag (JJMMDD);
  • een tweede groep van drie cijfers, om personen die op dezelfde dag geboren zijn te identificeren. Dat reeksnummer is paar voor een vrouw en onpaar voor een man. Het wordt in de volgorde van de inschrijvingen toegekend, namelijk 001 tot 997 (voor een man) en van 002 tot 998 (voor een vrouw);

een derde groep van twee cijfers, die een controlegetal vormt op basis van de negen voorafgaande cijfers.

 

2.3. Adres

 

Dat zijn uw adresgegevens zoals ze gekend zijn in de databank van AGODI.

 

2.4. Salarisprofiel

 

De gegevens in die rubriek hebben betrekking op een aantal personalia die een invloed hebben op de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

Het salarisprofiel is samengesteld uit volgende elementen:

 

2.4.1. Handicap

 

Het personeelslid is zelf gehandicapt.

 

2.4.2. Niet-inwoner

 

Voor de niet-inwoners die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België wonen en die niet voldoen aan bepaalde voorwaarden, berekent AGODI de bedrijfsvoorheffing volgens schaal III (vastgesteld door de FOD Financiën). Die schaal houdt geen rekening met de persoonlijke situatie of gezinstoestand van de betrokkene.

 

2.4.3. Burgerlijke staat

 

Deze rubriek deelt de burgerlijke staat mee:

  • ongehuwd;
  • gehuwd of wettelijk samenwonend;
  • gescheiden;
  • feitelijk gescheiden;

weduwe/weduwnaar.

 

2.4.4. Beroepsinkomsten echtgenoot

 

Als het personeelslid gehuwd of wettelijk samenwonend is, hebben de beroepsinkomsten van de echtgenoot een invloed op de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

Volgende situaties kunnen zich voordoen:

  • de echtgenoot heeft GEEN beroepsinkomsten;
  • de echtgenoot heeft WEL beroepsinkomsten.

In dat laatste geval kan de grootte van de beroepsinkomsten een rol spelen bij de eventuele toekenning van een vermindering:

  • de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten, andere dan pensioenen, renten of daarmee gelijkgestelde inkomsten, die een bepaalde grens niet overschrijden;

de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of daarmee gelijkgestelde inkomsten, die een bepaalde grens niet overschrijden.

 

2.4.5. Echtgenoot handicap

 

De echtgenoot van het personeelslid heeft een handicap.

 

 

2.4.6. Personen fiscaal ten laste

 

Die rubriek vermeldt de personen die fiscaal ten laste zijn van het personeelslid, met daarbij de aanduiding ‘Valide’ of ‘Handicap’. We onderscheiden de volgende drie categorieën:

  • aantal kinderen ten laste;
  • personen 65+ ten laste;
  • andere personen ten laste.

 

2.5. Indexcoëfficient

 

Uw salarisschaal vermeldt de jaarbedragen van uw salaris aan 100%. Dat betekent dat die bedragen nog geïndexeerd moeten worden. Salarissen zijn namelijk bij wet gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

 

Bij een overschrijding van de spilindex vermenigvuldigt AGODI de bedragen aan 100% met de nieuwe verhoogde indexcoëfficiënt die geldig is voor de salarissen binnen de openbare sector (+ 2%). De verhoging gaat in vanaf de tweede maand na de overschrijding van de spilindex.

 

2.6. Rekeningnummer

 

Op die rekening stort AGODI uw salaris. 

Als u uw salaris op een nieuwe rekening wilt ontvangen, vraagt u aan uw schoolsecretariaat om dat aan AGODI mee te delen. Als u de oude rekening bij uw bankinstelling wilt annuleren, wacht u daar het best mee tot uw salaris een eerste keer op uw nieuwe rekening gestort is.

 

2.7. Totaal gestort bedrag

 

Dat is het bedrag dat AGODI op uw rekening stort.

 

Dat bedrag kan op verschillende manieren tot stand gekomen zijn. Bijvoorbeeld:

 

  • het bedrag is een berekening van uw salaris op basis van uw opdracht;
  • het bedrag is het resultaat van een herziening van uw salaris van een voorgaande periode;
  • het bedrag is een berekening van uw salaris in combinatie met een herziening van een voorgaande periode;
  • het bedrag is een berekening van uw salaris verminderd met onterecht uitbetaalde sommen van een voorgaande periode.

 

3. Detail betalingen

 

3.1. Van-tot/Periode

 

Dat is de periode waarop de berekening in deze lijn betrekking heeft.

Voorbeeld:

01 jun - 30 jun = de periode van de eerste tot en met de dertigste dag van de maand juni

01 jun – 11 jun = de periode van de eerste tot en met de elfde dag van de maand juni

07 jun – 24 jun = de periode van de zevende tot en met de vierentwintigste dag van de maand juni

 

3.2. Opdracht

 

Die rubriek vermeldt de opdrachtbreuk(en), ook wel tewerkstellingsbreuk(en) genoemd.

Een opdrachtbreuk is doorgaans volgens volgend stramien samengesteld: XXX/YYYY.

  • XXX = de teller. De teller bestaat uit maximaal drie cijfers die het aantal volledige lesuren per week aangeven.
  • YYYY = de noemer. De noemer bestaat uit maximaal vier cijfers. De noemer geeft het aantal lesuren per week aan die vereist zijn voor een volledige betrekking.

Als het nodig is, vermeldt de teller de restfractie van een uur.

Sommige opdrachten kunnen niet in een breuk uitgedrukt worden. AGODI gebruikt dan de vermelding 111/1111. Dat is bijvoorbeeld het geval als u belast bent met een tijdelijk andere opdracht die recht geeft op een salarissupplement.

In bepaalde gevallen kan AGODI slechts een percentage van het salaris uitbetalen. Dat is bijvoorbeeld zo als u terbeschikking gesteld bent wegens ziekte of als u een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen geniet. In die gevallen ontvangt u een wachtgeld dat overeenkomt met een percentage van uw activiteitssalaris.

 

3.3. Barema

 

Dat is de code van de toegekende salarisschaal. Een salarisschaal bestaat uit:

  • een code: dat is een cijfer dat de salarisschaal aanduidt;
    • de minimumleeftijd of klasse: elke salarisschaal is ingedeeld in een klasse, nl. in de klasse 18 jaar, 20 jaar, 21 jaar, 22 jaar, 23 jaar of 24 jaar. Vanaf die leeftijd bouwt een personeelslid binnen die salarisschaal geldelijke anciënniteit op. Dat betekent dat vanaf die leeftijd diensten in aanmerking genomen kunnen worden om het salaris vast te stellen;
    • een minimum en een maximum (op enkele uitzonderingen na): op het minimum worden met ingang van de minimumleeftijd en met het opbouwen van geldelijke anciënniteit verhogingen toegepast. Die verhogingen zijn in principe jaarlijks of tweejaarlijks. De vermelde bedragen zijn de jaarbedragen aan 100%, dus niet-geïndexeerd.

3.4. Anciënniteit

 

Dat is de geldelijke anciënniteit die u verworven hebt, uitgedrukt in jaren en maanden.

Die anciënniteit is het resultaat van de som van alle vroeger gepresteerde diensten, te rekenen vanaf de minimumleeftijd, die in aanmerking genomen kunnen worden. Die diensten kunnen zowel in het onderwijs als buiten het onderwijs gepresteerd zijn. Diensten die buiten het onderwijs gepresteerd zijn, moeten een specifieke validatieprocedure doorlopen.

 

3.5. Jaarsalaris aan 100%

 

Dat is het bedrag van het toegekende salaris op jaarbasis en op basis van een voltijdse betrekking.

 

’Jaarsalaris 100%’ betekent dat het vermelde bedrag niet geïndexeerd is. Om het bruto jaarsalaris te berekenen moet dat bedrag dus nog vermenigvuldigd worden met de indexcoëfficiënt.

 

3.6. Administratieve toestand

 

De volgende vermeldingen kunnen voorkomen:

  • vast (benoemd);
  • tijdelijk;
  • tijdelijk met uitgestelde bezoldiging (UB);
  • contractueel;
  • proeftijd.

 

3.7. Soort ambt

 

De volgende vermeldingen kunnen voorkomen:

  • hoofdambt (HA);
  • bijbetrekking;
  • overwerk;
  • speciaal hoofdambt.

De prestaties kunnen kleiner zijn dan een voltijdse betrekking (onvolledige betrekking), precies gelijk zijn aan een voltijdse betrekking of groter zijn dan een voltijdse betrekking. Prestaties die groter zijn dan een voltijdse betrekking worden, naargelang van de omstandigheid, bezoldigd als bijbetrekking, overwerk of speciaal hoofdambt.

 

3.8. Betaalwijze Maand/Dag

 

Betaalwijze Maand 

Bent u vastbenoemd of bent u als tijdelijke in dienst tot het einde van het lopende schooljaar of langer? Werkt u aan een hogeschool? Dan krijgt u op het einde van iedere maand 1/12 van het jaarsalaris uitbetaald.

 

Betaalwijze Dag 

Bent u als tijdelijke in dienst voor een kortere periode (ad interim of niet tot het einde van het schooljaar), dan krijgt u op het einde van de maand, voor de periode dat u in dienst bent geweest, per kalenderdag 1/360 van het jaarsalaris uitbetaald.

 

3.9. Bruto

 

Het bruto maandsalaris voor een voltijdse betrekking wordt berekend door het bruto jaarsalaris aan 100% te delen door twaalf en dat bedrag te vermenigvuldigen met de indexcoëfficiënt.

 

Hier vindt u het bedrag van het bruto maandsalaris voor de in deze lijn vermelde instelling, soort ambt, periode, salarisschaal, anciënniteit, percentage en opdrachtbreuk.

 

3.10. Haard- en standplaatstoelage (H/S)

 

Als u een hoofdambt uitoefent en niet terbeschikking gesteld bent, heeft u recht op een haard- of standplaatstoelage als uw salaris een wettelijk vastgestelde grens niet overschrijdt.

  • Een haardtoelage wordt toegekend aan:
    • het gehuwde of samenwonende personeelslid, tenzij zijn echtgenoot of partner de haardtoelage ontvangt;
    • het alleenstaande personeelslid met ten minste één kind ten laste dat recht geeft op kinderbijslag.
  • U heeft recht op een standplaatstoelage als u niet aan de voorwaarden voldoet om een haardtoelage te ontvangen.

Als beide partners aan de voorwaarden voldoen voor een haardtoelage, duiden zij de begunstigde in wederzijds akkoord aan. 

De haardtoelage vraagt u aan met een specifiek aanvraagformulier.

 

3.11. Fonds voor Overlevingspensioenen (FOP)

 

Dat is de bijdrage voor het Fonds voor Overlevingspensioenen. Alleen vastbenoemde personeelsleden zijn aan die bijdrage onderworpen. De FOP bedraagt 7,5 % van het bruto maandsalaris.

 

3.12. Rijkssociale Zekerheid (RSZ)/Verplichte Geneeskundige Zorgen (VGZ)

 

Rijkssociale Zekerheid 

Dat bedrag vormt de bijdrage voor het volledige RSZ-stelsel. Enkel tijdelijke personeelsleden zijn aan die bijdrage onderworpen. Er wordt 13,07 % afgehouden van het bruto maandsalaris vermeerderd met de haard- of standplaatstoelage. 
Als u een werkbonus ontvangt, is het bedrag ervan verrekend in de RSZ-bijdrage.

 

Verplichte Geneeskundige Zorgen 

Dat bedrag is de bijdrage voor de Verplichte Geneeskundige Zorgen. Alleen vastbenoemde personeelsleden zijn aan die bijdrage onderworpen. Het gaat over 3,55 % van het bruto maandsalaris.

 

3.13. Belastbaar

 

Het belastbaar salaris is het resultaat van volgende berekening: u vermeerdert het brutosalaris met de haard- of standplaatstoelage en trekt daar vervolgens de sociale inhoudingen van af (- RSZ, - FOP, - VGZ + werkbonus). Het belastbaar bedrag dient als basis voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

 

3.14. Bedrijfsvoorheffing

 

De bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de uiteindelijk verschuldigde belastingen. Het belastbaar salaris dient als basis voor de berekening.

 

Belangrijke parameters voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing zijn:

 

  • het totale belastbare bedrag;
    • de burgerlijke staat;
    • het aantal kinderen ten laste;
    • het aantal andere personen ten laste;
    • in voorkomend geval de vermindering bedrijfsvoorheffing aangaande de werkbonus.

De bedrijfsvoorheffing wordt berekend op het totale belastbare salaris en vervolgens proportioneel over de deelopdrachten gespreid.

 

Bijbetrekking en overwerk zijn exceptionele vergoedingen en onderworpen aan een hoger tarief.
Dat geldt eveneens voor vakantiegeld en eindejaarstoelage.

 

3.15. Netto

 

Het netto maandsalaris is gelijk aan het verschil tussen het belastbaar maandsalaris en de bedrijfsvoorheffing.

 

3.16. Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid (BBSZ)

 

De bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid wordt vastgesteld in verhouding tot het gezinsinkomen. De maandelijkse inhouding op uw salaris is een voorschot op uw definitieve bijdrage. De uiteindelijke afrekening van de bijdrage gebeurt door de fiscale administratie, op basis van uw belastingaangifte (gezinsinkomen).

 

3.17. Werkbonus

 

De werkbonus heeft tot doel de werknemers met een laag inkomen een hoger nettosalaris te garanderen, zonder het brutosalaris te verhogen. Dat gebeurt door werknemers met een laag inkomen een vermindering te geven van hun persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid. Als u tijdelijk of contractueel aangesteld bent en uw referentiemaandsalaris is lager dan een bepaalde grens, dan komt u voor de werkbonus in aanmerking. De werkbonus is verrekend in het bedrag dat vermeld wordt in de kolom RSZ/VGZ.

 

3.18. Vermindering Bedrijfsvoorheffing werkbonus

 

Na aftrek van alle al bestaande verminderingen wordt de bedrijfsvoorheffing (BV) bijkomend verminderd met een bedrag dat gelijk is aan een bepaald percentage van de toegekende werkbonus.
Personeelsleden die niet in aanmerking komen voor een werkbonus, genieten bijgevolg ook niet van die fiscale maatregel. De vermindering BV werkbonus is verrekend in het bedrag dat vermeld wordt in de kolom BV (bedrijfsvoorheffing).

 

3.19. Totaal salaris

 

Dat bedrag is de som van de in de kolom netto voorkomende bedragen voor de betreffende maand.

 

4. Diverse vermeldingen (niet standaard)

 

4.1. Uitgestelde bezoldiging

 

Het tijdelijk onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel ontvangt tijdens de maanden juli en augustus geen salaris, maar wel een zogenaamde uitgestelde bezoldiging voor de prestaties geleverd tijdens het voorgaande schooljaar. In de maand juli krijgen de personeelsleden een bezoldiging uitbetaald naar rato van de geleverde prestaties voor de periode september-december. In de maand augustus krijgen de personeelsleden een bezoldiging uitbetaald naar rato van de geleverde prestaties voor de periode januari-juni.

 

O.a. de volgende personeelsleden hebben geen recht op uitgestelde bezoldiging:

 

  • het CLB-personeel;
    • het administratief personeel;
    • het contractueel personeel (b.v. codo’s, gesco’s, …);
    • het personeel van de centra voor basiseducatie (CBE);
    • het personeel van hogescholen.

Die personeelsleden ontvangen tijdens de maanden juli en augustus verder hun salaris, voor zover zij dan aangesteld zijn.

 

Voor het tijdelijk onderwijzend personeel van het hoger onderwijs geldt een aparte regeling.

 

4.2. TAO-vergoeding (Tijdelijke andere opdracht)

 

Een verlof tijdelijke andere opdracht (Verlof TAO) kan u worden toegekend als u tijdelijk bent belast met een opdracht waarvoor u niet vastbenoemd bent of waarin geen vaste benoeming mogelijk is.
Als het salaris van uw werkelijke opdracht hoger is dan het salaris van uw vastbenoemde opdracht, behoudt u uw salaris en ontvangt u daarnaast nog een vergoeding (TAO-vergoeding).

 

4.3. TWO vergoeding

 

Als een tijdelijk of een contractueel personeelslid na het einde van de tijdelijke aanstelling of arbeidsovereenkomst nog steeds arbeidsongeschikt is als gevolg van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, dan heeft dat personeelslid geen recht op de doorbetaling van het salaris. Het personeelslid ontvangt dan een tijdelijke werkonbekwaamheidsvergoeding (TWO-vergoeding) van 90% van het gemiddelde dagloon, zolang hij arbeidsongeschikt is.

 

De TWO-vergoeding wordt ook uitbetaald aan een tijdelijk personeelslid bedreigd door een beroepsziekte bij een nieuwe aanstelling (begin van het schooljaar).

 

4.4. Aanvullende uitgestelde bezoldiging

 

Tijdelijke personeelsleden ontvangen tijdens periodes van bevallingsverlof en moederschapsbescherming tijdens het schooljaar geen bezoldiging van AGODI. Die personeelsleden ontvangen dan wel een uitkering van de mutualiteit. Wat de zomervakantie betreft, is het zo dat de periodes van bevallingsverlof en moederschapsbescherming wel in aanmerking komen voor de berekening van de uitgestelde bezoldiging.

 

4.5. Fiscaal voluntariaat (FIVO)

 

Op uw schriftelijk verzoek houdt AGODI van uw salaris meer bedrijfsvoorheffing in dan reglementair voorzien volgens de schalen van de FOD Financiën. Dit is het ‘fiscaal voluntariaat’. In uw verzoek vermeldt u dan het bedrag dat bijkomend moet worden ingehouden. Zo zal u bij de afrekening voor de fiscale administratie minder bijbetalen of een (hoger) bedrag terugkrijgen.

4.6. Niet belastbare vergoeding (NBV)

 

Een niet-belastbare vergoeding is een bedrag waarop AGODI geen bedrijfsvoorheffing inhoudt. Het maandbedrag van de vergoeding is dus het bedrag dat u werkelijk ontvangt.

 

5. Heeft u vragen bij uw salarisbrief?

 

Voor inhoudelijke vragen in verband met uw personeelsdossier en/of uw salaris(brief) kunt u steeds terecht bij uw dossier- en relatiebeheerder.

 

Via de hulpwidget op de website ziet u de contactgegevens van uw dossierbeheerder. U heeft de keuze om uw dossierbeheerder telefonisch of via mail te contacteren. Uw dossierbeheerder of een collega is op werkdagen steeds bereikbaar tussen 8u00 en 17u00. U kunt er ook voor opteren om vanuit de website een mail te sturen. U krijgt van ons een ontvangstmelding en uiterlijk over drie werkdagen een antwoord.

 

Uiteraard vindt u deze contactgegevens ook terug op de salarisbrief zelf.

bron: Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex